VAN MARRON TOT MARRON

BIJDRAGE AAN
DE INTERNATIONALE ANTI-RASISME CONFERENTIE
(JACOBI THEATER TE UTRECHT)
21 MAART 2002

Drs. Erney R.A.O. Landveld

VAN MARRON TOT MARRON

 

  1. DE INGANG
    - pogingen tot kolonisatie
    - kolonisatie
    - neger als rastype
    - Suriname, land in de nieuwe wereld
    - bevolkingsgroepen
     
  2. DE CREATIE
    - plantagearbeid
    - gedragscodes en verzet
    - marron en marroncultuurgemeenschap
    - korps zwarte jagers (korps zwarte jagers)
    - capitulatie slavenmaatschappij
     
  3. AFGRENDELING DOOR ONTWORTELING
    - negatieve beeldvorming
    - koloniale overheden
    - gekoloniseerde overheden
    - huidige regeringen
    - inter-groepsdiscriminatie
    - zwarte ras
    - woongebied
     
  4. DE DOORBRAAK
    - marron i.p.v. bosneger
    - zwarte solidariteit

Ziyaya!

DE INGANG

De geschiedenis van Suriname wordt gekenmerkt door slavenhandel, slavernij, kolonialisme en strijd. Het begon met de mislukte pogingen tot kolonisatie door de Fransen in 1630 in Saramacca, de Nederlanders in 1633 in Marowijne, Commewijne en Suriname en de Engelsen in 1643 in Saramacca, Suriname en Corantijn. Het is de geschiedenis van een land die in 1662 begon met als (eerste) eigenaar Francis Willoughby, de verovering in 1667 door Abraham Grijnssen voor Nederland, de verkoop in 1682 aan de West Indische Compagnie en de overname in 1795 door de Geoctrooieerde Maatschappij van Suriname. Het is verder de geschiedenis van een land die verbonden is aan 300 jaar Nederlandse kolonialisme, dat sinds 1816 werd vastgelegd in een (het) Koloniaalrecht en in 1863 werd afgesloten met de afschaffing van de slavernij voor nazaten van Afrikanen en Inheemsen en in 1940 voor de contractarbeiders. De geschiedenis van Suriname begon in een periode toen het aristocratisch mensbeeld ) van West-Europa grote invloed had op de mensverhoudingen, de handel en de economie.

Deze aristocratische mensbeschouwing en het epicurisme van de witte mensen lagen ten grondslag aan de massale kolonisatie van Afrikanen zowel in Afrika als in de koloniën. De Afrikaanse mens, die voortaan “neger” werd genoemd, zou moeten behoren tot een (lager menssoort) rastype dat minder was dan het menselijke ras.

Dit rastype zou de Afrikaanse mens verhandelbaar maken, een koopwaar, dat bovendien aan slavenarbeid kon worden onderworpen. Verschillende Afrikaanse stammen, gezinnen en individuen werden meestal onder leiding van stamhoofden door Afrikaanse krijgers in opdracht van de witte mensen, overrompeld, gevangen gezet en voor een habbekrats “verkocht” aan witte mensen om in de landen van de zogeheten nieuwe wereld als slaven te dienen. Niet bekend was welk lot de slaven in de nieuwe wereld te wachten stond. Suriname behoort tot een van de landen van die nieuwe wereld.
Tot de instorting van de slavenmaatschappij in 1863 was de bevolking van Suriname samengesteld uit een viertal bevolkingsgroepen.

1. De oorspronkelijke bewoners
van Suriname, de Inheemsen

2. De witte (blanke) mensen
uit Nederland, Engeland, Frankrijk en Duitsland en de Joden. Van deze groep waren het de Nederlanders die met enige onderbreking, langer dan 300 jaren het gezag voerden over Suriname.

3. De zogeheten kleurlingen.
Ze hadden “wittemans” bloed en voelden zich daardoor superieur aan de Afrikanen en de Inheemsen. Er waren twee groepen kleurlingen: a. kinderen van Afrikaanse en Inheemse moeders verwekt met zogeheten “hooggeplaatste” witte mensen, (ambtenaren, planters en handelaren) en b. kinderen van Afrikaanse en Inheemse moeders verwekt met “laaggeplaatste” witte mensen (zeelui of soldaten). We weten dat deze seksuele relaties niet altijd op basis van vrijwilligheid hebben plaatsvonden. De meeste vrouwen waren slachtoffer van verkrachtingen door de witte mensen. We merken ook op dat toen al bij kleurlingen de inter-groep discriminatie werd ingezet. Kinderen van hooggeplaatste witte mensen zouden beter in aanzien zijn dan de andere kleurlingen. Maar samen vormden ze, als vrije Afrikanen, een soort stadsproletariaat dat leefde op de kostgrondjes rond Paramaribo.

4. De tot slaaf gemaakte Afrikanen
vormden de grootste bevolkingsgroep. Men onderscheidde hen in creolen en zoutwaterslaven. Creolen waren nazaten van Afrikanen die in slavernij geboren waren. Zoutwaterslaven waren de oorspronkelijk uit Afrika afkomstige Afrikanen. Verder onderscheidde men stads- en plantageslaven. Stadsslaven waren meestal kleurlingen. De plantageslaven werkten op de koffie, de cacao en suikerplantages.

DE CREATIE
Tot de groep van tot slaaf gemaakte Afrikanen behoren ook de Marrons; “nazaten van voornamelijk plantageslaven die zich aan slavernij hebben weten te onttrekken en strijd hebben gevoerd tegen de brute wijze van onderwerping door de slavenmaatschappij”.

Over het ontstaan van de Marronsamenleving in Suriname bestaat nog weinig overeenstemming. Meest aannemelijk lijkt de bewering dat lotgevallen van een zelfde plantage als ook stam- en of streekgenoten uit Afrika elkaar in de bossen hebben “gevonden”. Door die hergroepering zouden de stammen zijn ontstaan. Wat het laatste betreft wijzen wij op namen uit de Marronsamenleving; Loangu, Abaisa, Awana, Lombé, Dahome die verwant zijn aan namen van stammen, dorpen of gebieden in Afrika. Verder hebben zich mogelijk ook individuen en kleine groepen Marrons aangesloten bij een grotere en sterkere groep.
Bij deze hergroepering zijn de stammen ontstaan: Alukus of Boni, Aucaners of Ndjuka, Kwinti of Kofimaka, Matuwariers of Matawai, Paramacaners of Pamaka en Saramaccaners of Saamaca. Met deze hergroepering zouden ook de leefgemeenschappen, de Marroncultuur en de Marroncultuurgemeen-schap ), zijn ontstaan. De Marroncultuur zou zich hebben ontwikkeld uit overleveringen en wat nog aan moraal, normen en waarden bij de individuele leden van de verschillende Afrikaanse stammen is bewaard gebleven. Veel van de tradities normen en waarden uit de Afrikaanse culturen zijn hierdoor terug te vinden in de Marroncultuurgemeenschap in Suriname.

De strijd tegen de slavenmaatschappij begon op de Joodse plantages, omdat daar de wellust van wreedheid van de Joodse kolonisten, ongeremd op de slaven werd zich uitgeleefd ). De legitimering van slavernij en kolonialisme door racisme werd daar door de Joodse kolonisten tot uitdrukking gebracht. In de beschouwing van de Joodse kolonisten was de Afrikaanse mens niet alleen ongelijk aan de witte mensen, hun traditie, cultuur en leefwijze werden heidens, dierlijk, wellustig en wreed genoemd en moesten zonodig gedresseerd, getemd en opgevoed worden. De orale traditie leert echter dat het bij de witte mensen ging om fear reduction, omdat ze door het continue verzet van de slaven in een voortdurende paranoïde leefden 2a).

Maar pogingen van de witte mensen om hun vermeende superioriteit op de slaven te vestigen en een sociale afstand te creëren blijken weinig effect te hebben gehad op het denken van de plantageslaven. Zij kwamen juist in opstand tegen en ze zagen in de vele gedragscodes juist de legitimering van het onrecht dat aan de basis lag van de ontmenselijking van de tot slaaf gemaakten. Ze waren bovendien gefocust op lotgenoten die getoond hebben de innerlijke aanvaarding van die onderworpenheid te missen en succesvol hun vrijheid vanuit de bossen hebben verdedigd. Maar, zo blijkt achteraf, de zogeheten stadsslaven blijken wel te zijn geraakt door de nevendoelen van de witte mensen. Maar hierop kom ik nog terug.

Het verzet van de Marrons en de Inheemsen heeft van hen vijanden gemaakt van de slavenmaatschappij. Die strijd is vanuit het nogal onbekende oerwoud gevoerd, omdat het bos toen hun enige bondgenoot was, maar bovenal omdat hun lotgenoten in de stad hen ervoeren als lastige verstoorders van hun nogal marginaal bestaan. Langer dan een halve eeuw heeft de slavenmaatschappij de Marrons, die zij eens lafaards hebben genoemd, met allerhande middelen en mankracht bestreden.

Een speciale divisie van het leger van de slavenmaatschappij (Korps Zwarte jagers) was de zogeheten Redimoesoes; (nazaten van) Afrikaanse stads-slaven, die door de innerlijke aanvaarding van de onderworpenheid, zich niet meer associeerden met hun Afrikaanse verleden. Ze traden onder dwang in dienst van de witte mensen op zoek naar hun mede Afrikaanse broeders en bevrijders, de Marrons, met het doel ze te vermoorden of gevangen te nemen voor de witte mensen en de slaven-maatschappij.

DE AFGRENDELING DOOR ONTWORTELING
Na de afgedwongen vrede (1760) wilde de koloniale overheid weinig bemoeienis hebben met de Marrons. Ze creëerde een posthouderssysteem, op basis waarvan de Marrons zoveel mogelijk in hun zelfgekozen isolement konden blijven. Maar de instorting van de slavenmaatschappij (1863) blijkt deze afzonderingspolitiek van de koloniale overheid niet te hebben gestuit. In de huidige Surinaamse maatschappij blijken onderscheiden regeringen de afgrendeling die de koloniale en de gekoloniseerde overheden hebben ingezet, voort te zetten. De bewering als zou de traditie en de waardigheid van de Marrons worden verstoord, klopt helaas niet men de typering van het woongebied als “bosland of verre binnenland”. Het laatste geeft aan dat dit woongebied zo ver ligt dat het beslist buiten de mainstream valt van de nationaal-economische en culturele activiteiten van het land. Maar veel is ook vastgelegd in de wetgeving (onderwijswet, financiering van onderwijs)

De overheid heeft zich ook nimmer bekommerd over de negatieve effecten van de beeldvorming voor de groep der Marrons binnen de Surinaamse samenleving. (de lessen over Andaiso, die naar school wilde, De preek etc.) Maar dat niet alleen, zelf in officiële (ambtelijke kringen) worden de begrippen bosneger en boslandcreool door elkaar gebruikt voor de aanduiding van de zwarte mensen in Suriname.

De bejegening van de Marrons binnen de Surinaamse gemeenschap is hier slechts een voorbeeld van hoe perfect het dehumaniseringsinstrument van de koloniale en gekoloniseerde overheid heeft gewerkt. Want door het kolonialisme dat op racisme is gebaseerd, heeft het zwarte “ras” zich gemanoeuvreerd tot een zeer nadelige plaats ten opzichte van de andere “rassen”. We hebben gezien dat zwarte mensen veel waarde hechten aan kleine pigmentatie verschillen, waarbij de witte mens als identificatiesymbool geldt. Hoe meer overeenkomsten de huidskleur van de zwarte mens heeft met de witte mens, hoe meer mens hij zich voelt. Hierdoor distantieert de zwarte mens zich van alle rasgenoten die hem qua huidpigmentatie zouden herinneren aan zijn roots. Ik wil in dit verband wijzen naar het noodlot van de kleurlingen in Suriname, die door hun huidpigmentatie, het gevoel kregen dichter bij de witte mens te horen. We zien ook dat indien de huidpigmentatie geen aanleiding geeft tot onderscheid, men dan afgaat op de geboorteplaats. Zie daar het denken over en de moppen over Coronianen, Paranen, om maar te zwijgen over de djuka, over Andaiso, over de preek en over pingping.

Het kan ook niet anders dat er onder ons een geveinsde onnozelheid bestaat over het Nederlandse slavernijverleden en erfenis. De boodschap van Marronstrijders: Baron, Boni en Joliquer, Kwaku Etja, Kwadjani, Ajakoo en Lanu en van denkers van weleer; ADEK, Bruma en Ravales zal ook nimmer tot ze doordringen. De innemendheid met het normen en waardensysteem van de vroegere kolonisator heeft te zeer van hen een andere mens gemaakt, althans zo denken ze. En mogelijk heeft Bram Peper gelijk als hij stelt dat het best mogelijk is dat “allochtonen” hun stem uitbrengen op de lijst Fortuin, omdat ze de komst van soortgenoten naar Nederland ervaren als een verstoring (bedreiging van wat ze jaren hebben opgebouwd) van het eigen belang. Tot deze groep zullen ook wel de mensen behoren die Suriname afschilderen als achterlijk en de Surinamers apen of achterblijvers noemen. Zie daar het succes van een perfect dehumaniseringsproces, het vervagen van het zicht in een eigen culturele identiteit, een miskenning van de afkomst en het wegmaken van het vertrouwen in eigen kunnen. Dit succes wordt ook in Suriname gedemonstreerd met de afkondiging van de Nederlandse school voor Surinaamse kinderen die aansluiting wensen met het onderwijs in Nederland. Het geeft ongetwijfeld ook aan hoezeer de levensverwachting van de Surinamer nog verankerd ligt in het vroegere koloniaalland, Nederland.

DE DOORBRAAK
De nazaten van de Marrons kunnen zich echter niet verenigen met de aan-duiding bosneger of boslandcreool en kiezen voor de naam Marrons. Immers het voorvoegsel “bos” is al een pejoratief. Nergens in de wereld wordt het voorvoegsel ‘bos’ gebruikt bij de aanduiding van “ras”genoten die op het platteland wonen: Bosaboridjinals, Bosindianen, boschinezen of Boshol-landers. Alleen in Suriname blijkt dit wel het geval te zijn.

De nazaten van de Marrons hebben echter voor de naam Marrons gekozen omdat die naam hen herinnert aan de heldhaftigheid van de voorouders. De naam Marron vervult haar nazaten daarom met trots. Het waren de Marrons die de koloniale overheid, ruim honderd jaren voor de instorting van de slavenmaatschappij, tot knieval hebben gedwongen om vrede te sluiten. Zij hebben immers getoond geen weglopers of lafaards te zijn maar “Marrons”, dappere strijders die de economische expansiedrift van de witte mensen frustreerde, die hen gedwongen hebben tot capitulatie en vrede.

Het is daarom vermeldenswaard dat de toen nog zeer jonge student van de Surinaamse kweekschool, Julian With, in de beginjaren zeventig, één van zijn eerste publicaties aanhief met “ Ik ben een Marron”. Dat het voor velen nog een vreemde gewaarwording was, was het wel te begrijpen. Maar dat thans nog exponenten uit die samenleving de basis voor deze naamgeving in twijfel trekken is te betreuren.

Helaas zullen er nog nazaten van de Marrons zijn die de voorwaarden missen (kennis en potentie) om Marron genoemd te worden. De heldendaden van hun voorouders blijken bij hen niet voldoende te hebben bijgedragen tot het wegmaken van de negatieve associaties van de naam Marron. Zij blijven daarom ook bosnegers, althans totdat ze ook over die drempel heen zijn getild en de barrière overwinnen om Marron genoemd te worden.

De Marron is niet trots op het bosnegerschap, omdat het non-functioneel is voor de Marrons. Wij zijn van oordeel dat elke vorm van onderscheid tussen mensen van het zwarte “ras” dat non-functioneel is, bestreden moet worden, wil er sprake zijn van zwarte solidariteit. Want zonder zwarte solidariteit blijft de vooruitgang van dit ras een onmogelijkheid.

LPS EN DUFUNI: Ziyaya!!!